Nieuwendam


Historische foto’s van Nieuwendam kunt HIER vinden.



Geschiedenis van Nieuwendam

Wie het drukke stadsleven achter zich wil laten en de sfeer wil proeven van enkele gezellige Oudhollandse dorpen, hoeft zich niet ver van de stad te begeven. Binnen de stadsgrenzen van Amsterdam liggen dorpjes waar het op een zomerse dag goed toeven is. Ontdek bijvoorbeeld eens de Nieuwendammerdijk in Amsterdam-Noord. Een impressie van een dorp in een stad. De Nieuwendammerdijk is een dijkdorpje, ontstaan in de late middeleeuwen. Het heeft, ondanks de verstedelijking in de omgeving en de annexatie van Amsterdam begin vorige eeuw, nog altijd een dorps karakter. Met kapiteinshuizen uit de zestiende eeuw, een drie eeuwen oud sluisje met bijbehorend cafeetje en de creativiteit van kunstenaars in hun ateliers, heeft het plaatsje een speciale plek langs de Noordelijke IJdijk, tussen Buiksloot en Schellingwoude.

Het sluisje van de Nieuwendammerdijk staat aan de basis van de geschiedenis van het dorp. Het werd gebouwd omstreeks 1565 en zorgde eeuwenlang voor een verbinding met het achterland en het IJ. Hierdoor werd het mogelijk om in Nieuwendam goederen te vervoeren en over te slaan op andere soorten schepen. Waterlandse boeren produceerden in Landelijk Noord zuivel voor de steeds groter wordende stad Amsterdam. Zo kreeg het sluisje op deze plek een sleutelpositie. Twee keer per dag sloeg men hier de goederen over op grotere boten. 

De nijverheid, de visserij en vooral de scheepvaart waren in vroegere tijden de belangrijkste inkomstenbronnen voor Nieuwendam. Oude schilderijen laten een groot aantal molens zien waaronder een koren-, een hout- en een zaagmolen, wat getuigt van de bedrijvigheid in deze vroegere tijden.


Typerend voor het dijkdorpje zijn de oude dijkhuisjes en het grote aantal kapiteinswoningen. In de Gouden eeuw kochten welgestelde kapiteins voor hun oude dag op deze plek een Zaanse woning. Dit verschafte een prachtig uitzicht over het weidse IJ, waar de grote VOC-schepen af- en aanvoeren. Aan de mooi versierde gevels kan men nog altijd de rijkdom van deze eerste bewoners aflezen.
Door onder andere de inpoldering en de aanleg van het Noordzeekanaal heeft Nieuwendam door de jaren heen een andere positie gekregen. Mede door de watersnoodramp in 1916, waarbij een groot gedeelte van Nieuwendam onder water kwam te staan, werd het dorp steeds afhankelijker van Amsterdam. Gevolg was uiteindelijk de in 1921 vrijwillige annexatie door deze stad, samen met de buurgemeente Buiksloot. In de jaren die volgden werd het gebied achter de dijk volgebouwd, waardoor het dorpje haast opgeslokt is door nieuwbouw.

Toch proef je op de Nieuwendammerdijk nog altijd het Oudhollandse karakter. De meeste huizen worden goed onderhouden. In dorpscafé ‘het Sluisje’ vertelt de eigenaresse dat ze ervoor waakt dat het oude karakter blijft bestaan. Wel heeft ze een aantal kleine verbouwingen uitgevoerd aan het in 1565 gebouwde dijkhuisje. ,,Maar er komen soms mensen die zeggen dat het hier in 25 jaar niet is veranderd.” Café het Sluisje is dé ontmoetingsplek voor de inwoners aan de Nieuwendammerdijk. PvdA-voorman Wouter Bos, zelf ook Nieuwendammer, laat er dan ook af en toe graag zijn gezicht zien.

Een paar huizen verderop zit een jonge vrouw. In het zonnetje voor haar huis zit ze te kletsen met een vriendin. Ze vertelt ‘geboren en getogen’ te zijn op de Nieuwendammerdijk. “Ik wil er van mijn leven niet meer weg”, zegt ze. Een stralende lach op haar gezicht zet haar geloofwaardigheid kracht bij. “Ze moeten me hier echt tussen zes plankjes uitdragen.” Naast haar woont kunstenaar Jan Honekamp. In een woning die om een 160 jaar oude paardekastanjeboom is gebouwd, heeft hij zijn atelier. Hier geeft hij tevens cursussen en workshops. Honekamp, geboren Nieuwendammer, is een van de dorpelingen die zich inzet voor meer toeristen. Hoewel hij geen ‘Volendam-achtige taferelen’ wil, probeert hij door middel van het schrijven van kleine boekjes, het maken van folders en door te lobbyen bij de gemeente de mensen uit de stad kennis te laten maken met Nieuwendam. ,,Want veel te weinig mensen weten dat het hier zo mooi is.”

Een mooie manier om kennis te maken met de Nieuwendammerdijk is door gebruik te maken van het IJveer. Deze vaart elke zondag, meerdere keren per dag. Vanaf het Centraal Station stopt deze pont op een aantal plaatsjes langs het IJ en doet ook de Nieuwendammerdijk aan. Voor vier euro kan men gebruik maken van deze verbinding, die een halve eeuw geleden nog frequent voer voor de mensen die werkten bij de Scheepswerven in Nieuwendam. Het veer – in de volksmond ook wel het Nieuwendammerbootje genoemd – is een mooie manier om dit stukje van Amsterdam te ontdekken.

Ineke Spijker, een van de drijvende krachten achter het bootje, vertelt dat veel mensen niet weten dat er aan de overkant van het IJ zo’n leuk plaatsje bestaat. ,,De meeste mensen hebben vaak een beeld van Amsterdam-Noord dat er alleen maar huizen staan die in de jaren ‘60 gebouwd zijn. Maar als ik ze dit laat zien, dan zijn ze vaak hartstikke verbaasd.”

Michiel de Vries

Voor de mensen die zich willen laten informeren over een mooie route langs de Oudhollandse dijk, en kennis willen maken met de geschiedenis van dit dorpje, kunnen terecht op de website van de gemeente Amsterdam: noord.amsterdam.nl. Hier zijn ook gratis folders te bestellen. Het boekje van Jan Honekamp, waarin interessante informatie staat over de historie van Nieuwendam, is te verkrijgen bij zijn atelier en in dorpscafé ‘t Sluisje.



Enkele hedendaagse foto’s van Nieuwendam



Meer historische informatie over Nieuwendam en de Nieuwendammerdijk

Fragmenten uit het boek ‘Rondom Volewijck en Tolhuis’ van J.A. Groen jr.

Illustraties: Maarten Oortwijn

Oorspronkelijke gravures dateren uit 1915 en zijn gemaakt door Simon de Heer

ACHTER ’T EEUWENOUDE SLUISJE…Hebben alle dorpen in deze omgeving de etymologen moeilijkheden gegeven omdat hun namen op zijn minst voor tweeërlei uitleg vatbaar bleken, met Nieuwendam is dit niet het geval. Bij een hevige storm die in 1516 plaats vond, brak de Waterlandse Zeedijk door en op de plaats waar een gapend gat het IJwater doorliet werd een nieuwe dam gelegd. Korte tijd hebben de omwonenden nog met elkaar enkele hoeveelheden krakeel geleverd over de vraag wie voor het werk en de kosten moesten opdraaien, maar toen greep Karel de Vijfde, die naast vele andere titels ook die van Graaf van Holland en Zeeland en Heer van West-Friesland voerde, in. Duidelijk liet hij merken dat er voor hem twee mogelijkheden bestanden: die waarbij alle bewoners van de hele omgeving het zelf met hard werken deden en die waarbij datzelfde gebeurde maar dan onder toezicht van zijn bij alle boeren en veehouders ingekwartierde soldaten. De in deze contreien wonende Waterlanders hadden weinig tijd nodig om de eerste mogelijkheid te prefereren.

Rondom deze nieuwe dam ontstond het dijkdorp dat allengs de naam Nieuwendam kreeg en dat door een gestadige groei Zunderdorp, waaronder het aanvankelijk ressorteerde, overvleugelde in omvang en ook invloed. In later jaren werd Nieuwendam ook in plaats van Zunderdorp het hoofddorp waar de vroedschap resideerde.
Van deze groei getuigt onder meer het krijgsgebeuren dat in 1572 plaatsvond in de haven van Nieuwendam. Was de Amsterdamse vroedschap nog steeds op en top Spaansgezind, de Waterlanders hadden al geruime tijd de zijde van de Prins van Oranje gekozen. Om de haven van Amsterdam te blokkeren nestelde de Geuzenaanvoerder Dirck Sonoy zich op een gegeven moment met schepen en soldaten in de havens van Nieuwendam en Schellingwoude, op die manier menig voor de Amstelstad of voor de vijand bestemd schip met lading en al kapend. De Amsterdammers, die vanzelfsprekend van deze vijandelijke bruggenhoofden veel last ondervonden, trokken met een zwaar bewapende vloot galeien naar de Nieuwendammer haven om aan de lastige blokkades een einde te maken. Hier werden zij echter door de Geuzen en de Waterlanders op zo’n warme manier ontvangen dat zij na korte tijd het hazenpad kazen in de richting van de Amstelmonding. Op ondubbelzinnige wijze triomfeerden de Nieuwendammers in dat gedenkwaardige jaar 1572 over de Amsterdammers.

Een jaar later zou de dappere Waterlandse vrijbuiter Jan Haring bij de Schellingwouder Breek in zijn eentje een hele Spaanse compagnie op een afstand houden, op die manier zijn medestrijders een veilige aftocht bezorgend.

Een duidelijke karakteristiek van het zeventiende eeuwse Nieuwendam geeft de bekende Waterlandse historieschrijver Hendrik Soeteboom, die zijn herberg aan de Dam in Zaandam had verlaten om hier eens rond te neuzen. In 1658 schreef hij over deze Waterlandse nederzetting: ’Deze Buert heeft veel meer Winkelhoudinge en ook meer Arbeyslieden dan Sunderdorp, en verwinteren aldaar in de Haven (als in winterlegeringe) een goed getal van Schepen, zeer gelegen zynde tot de Zeevaard’
Met dit laatste doelt Soeteboom op de enorme reputatie die Nieuwendam door de eeuwen heen heeft gehad als centrum van scheepvaart en scheepsonderhoud. Grote bekendheid genoot in de vorige eeuw de werf van de uit Hoogezand afkomstige familie Meursing, die bestond uit vader Hooite en zijn zoons Wicher, Emmo en Aaldrik. Zó goed gingen de zaken dat de heren niet enkel scheepsbouwer maar ook reder werden doordat zij zeven schepen, als het ware voor elke wereldzee één, met vracht en passagiers over de aardbol lieten varen. Naderhand ging Emmo, die heimwee had naar zijn Groninger geboortegrond, terug naar Hoogezand, Wicher stilleven in een fraai landhuis temidden der Baamse bossen en werd Aaldrik enig firmant met de bedoeling het bedrijf naderhand over te doen aan zijn zoon Hooite, die de naam van zijn ondernemende grootvader droeg. Op droevige wijze kwam een einde aan deze Nieuwendammer scheepsbouwerdynastie doordat deze Hooite overleed. Aaldrik Meursing verkocht het bedrijf aan de heer N. A. Bernhard, die in de Amsterdamse Wetering buurt al een dergelijke onderneming bezat waar hij echter te klagen had over te weinig ruimte en over het feit dat daar regelmatig moeilijkheden over het door zijn personeel gemaakte lawaai ontstonden met de bewoners van de toen nog nieuwe herenhuizen aan de Weteringschans. Aan de oostzijde van de werf liet de nieuwe eigenaar een woonhuis, een kantoor, een magazijn en een elftal arbeiderswoningen bouwen aan het water dat de toepasselijke naam Scheepmakerskade zou ontvangen.

Groeide hier in de loop der jaren de scheepswerf “het Jacht”, die zich bezighield met nieuwbouw en reparatie en die in het bijzonder dekschuiten en baggervaartuigen vervaardigde, aan de andere kant van de haven bloeide de internationaal bekende scheepswerf “het Fort” van de firma G. de Vries Lentsch die zich in het bijzonder bezighield met binnenvaartuigen en jachten. De werf dankte zijn naam aan het feit dat hij zich bevond op het terrein dat in de volksmond “het fortland” werd genoemd omdat hier in 1572 de fortificaties lagen van de Waterlandse opstandelingen en de Geuzen die de Amsterdammers en de Spanjaarden tot zo’n smadelijke aftocht dwongen.
Nieuwendam’s derde bekende scheepsreparatie- en hellingbedrijf, dat de naam “Oranjewerf” draagt, bevindt zich op het land dat vroeger de kapitale boerderij “Pieternella’s Hoeve”, omgeven door een vijftal arbeiderswoningen, herbergde. Jarenlang was deze grond het eigendam van één van Europa’s meest befaamde artsen, dr. Joh. G. Mezger. Deze tot zijn overlijden in 1909 beroemde fysiotherapeut bezat een dergelijke furore op het gebied van het genezen van reumatiek, ischias, jicht en podagra, dat de beroemdheden van destijds zich als het ware op zijn stoep stonden te verdringen. Naast Keizerin Elisabeth, de gemalin van Keizer Franz-Josef van Oostenrijk en Keizerin Eugènie, de gemalin van Keizer Napoleon III van Frankrijk, mocht deze man die ‘de vorstenwrijver’ werd genoemd zich verheugen op het bezoek van stevige honoraria betalende patiënten die stuk voor stuk hertog, hertogin, graaf, gravin, grootvorst, grootvorstin, minister of generaal waren. Een van zijn meer eenvoudige klanten, de Amsterdamse professor in de letterkunde en kunstgeschiedenis Josephus Albertus Alberdingk Thym, huldigde de man die hem van de reumatiek bevrijdde met de woorden :’Gij kwaamt, en ’t monster wijkt tot in zijn uiterste palen, Uw vuistslag streeft het na, ’t vervliegt als in een droom.En Mozes sloeg de rots en ’t water vlood bij stralen, zo wekte uw hand in mij een nieuwe levensstroom.’Deze bekwame medicus, die met kloppen, masseren, strijken en knijpen miljonair werd, oefende achtereenvolgens zijn praktijk uit in het hoofdstedelijke Amstel Hotel, in Wiesbaden (waar zijn patiënt Baron de Rotschild een schitterend landhuis voor hem liet inrichten), in Parijs en tenslotte in het Zeeuwse Damburg dat tijdens zijn aanwezigheid van een onbetekenend vissersdorp tot een bekende badplaats uitgroeide. In de vestibule van het Amstelhotel herinnert een gedenkplaat aan zijn praktiseren binnen deze muren, in Domburg, waar hij begraven werd, bevindt zich zelfs op een naar hem genoemd plein zijn borstbeeld. Het stuk land in de toenmalige Gemeente Nieuwendam, dat hij van een Zweedse prinses ten geschenke kreeg, heeft hij enkele malen van zijn zeer bezette leven betreden om er een wandeling langs de kabbelende IJboorden te maken. Als pachters woonden er ander meer de heren de Goede, Oud, Splinter, de Waal en Knook. Nieuwendam’s belangrijke plaats als dorp van vaartuigenbouwers en scheepsherstellers wordt op duidelijke en zinvolle wijze belichaamd door middel van het beeld ’de Scheepsbouwer’ dat Johan Polet vervaardigde en dat een plaats kreeg aan het Enkhuizerplein.
De historische en karakteristieke bouwwerken van Nieuwendam moet men zoeken op en om de plaats waar destijds de nieuwe dam werd gelegd, dus aan de Nieuwendammerdijk. Hier vindt men de typische Zaanse huizen die de sfeer van de zeventiende en achttiende eeuw nog steeds weergeven en de patriciërswoningen die dateren uit de negentiende eeuw waarin een nieuwe periode van bloei het dorp kenmerkte. Aan het gedeelte tussen de sluis en de Nieuwendammerstraat bevonden zich vroeger het raadhuis, de burgemeesterswoning, het notarispand en de woon- en werksteden van diverse vermogende Nieuwendammer kooplieden. Het gebouw waarin de huidige Hulpsecretarie benoorden het IJ gevestigd is was bijvoorbeeld vroeger het pand waarin de graanhandelsfirma Cleijndert kantoor hield. Op korte afstand hiervan bevinden zich ook de drie historische kerken van Nieuwendam, waarvan de Doopsgezinde Vermaning aan het Meerpad de oudste rechten heeft. Sinds 1843 komen de aanhangers van ’Menno’s leerlinge’ tezamen in dit uiterst stemmige bouwwerk, dat voordien als pakhuis van de koopman Willem Eeltjes fungeerde. Tot de belangrijke Doopsgezinden uit het verleden die hier op de kansel stonden behoren niet alleen de hoogleraren Cnoop Koopmans, Muller en de Hoop Scheffer en de befaamde historicus Blaupot ten Cate maar ook Multatuli’s oudere broer Pieter Douwes Dekker die predikant in de Beemster was en hier regelmatig als gastspreker fungeerde. Omdat de familie Cleijndert hier niet alleen regelmatig kerkte maar ook de voorganger na de dienst regelmatig op de koffie vroeg heette dit sfeervolle bedehuis in de volksmond ’het kerkje van Cleijndert’. De aan deze familie geparenteerde Nieuwendammer dorpsmedicus dr. P. J. J. Honig, die m in de dertiger jaren van deze eeuw ook m wetenschappelijke kringen grote bekendheid genoot als malariabestrijder, was jarenlang bouwheer van dit kerkje, waardoor het ook wel ’het kerkje van dokter Honig’ genoemd werd.

Als één van de weinige Doopsgezinde kerken in Nederland beschikt de Nieuwendammer Vermaning over een kruis binnen haar interieur. Dit aloude christelijke symbool werd hier in 1948 geplaatst boven de kansel als afscheidsgeschenk voor prof. dr. W. F. Golterman, die de Doopsgezinde Gemeente van Nieuwendam verwisselde voor de Universiteit van Amsterdam. In 1972 is dit uiterst waardevolle bouwwerk op ingrijpende en voortreffelijke wijze gerestaureerd.

Als tweede in de rij historische gebouwen mag men aanmerken de uit 1849 daterende Nederlandse Hervormde Kerk aan het Kerkepad, waarvoor de zoon van de toenmalige predikant dr. D. G. van der Horst een jaar eerder de eerste steen had gelegd. Deze kerk wordt gesierd met een eikenhouten zeventiende eeuwse preekstoel, voorzien van Jonische kolonetten en met fraai gesneden figuren die het geloof, de hoop, de liefde, de gerechtigheid en de waarheid uitbeelden. In de cartouches van de panelen ontwaart men bloemen en de Waterlandse zwaan met de letters SD. Deze kunnen een afkorting zijn van Sunder Dorp, de gemeente waarvan Nieuwendam eens deel uitmaakte, maar ook van Sosener Dam, een al spoedig in onbruik geraakte naam waarmee men Nieuwendam aanvankelijk betitelde. Naast de preekstoel staat duidelijk aangegeven hoe hoog het water in de kerk was gestegen op 28 februari 1916 tijdens de Watersnood en in de kerk bevinden zich oak nog verschillende graven uit een vorig bedehuis dat wegens bouwvalligheid werd afgebroken. VIak bij de ingang vindt men de zerk van Lijstje Cornelis Mol, telg uit het molenaarsgeslacht dat ’de Oude Mol bezat, die hier op 9 juni 1762 haar laatste rustplaats vond. De zerk is herkenbaar aan de afbeelding van het dier dat Lijstje’s naam weergaf. Even verderop bevindt zich een zerk met het opschrift: ’Pieter Visser, m zijn keven Burgemeester tot Nieuwendam, overleden den I Sept. 1770 oud zijnde 57 jaren en 10 maanden en zijn huisvrouw Aaltje de Jon@ overleden 16 Febr. 1782’.
De kerk bevat een fraai Hoffmeijer-orgel en een kerkekist uit 1655 met de afbeelding van een ouder bedehuis erop, het gedicht ‘o, heer, geef dat Ick u kercke goedere also mag regeere dat het mach strecke tot uwes naems eere’ De toren bezit een klok met als randschrift ’Laus Deo in Aeternum – Henricus Vestrinck me fecit + Campis anno 1644’ (Lof zij God in eeuwigheid, Henricus Vestrinck heeft mij gemaakt te Kampen in 1644.

Ouder dan dit kerkgebouw is het fraaie Zaanse huis ernaast dat vroeger als weeshuis dienstdeed en dat thans als kerkelijk centrum fungeert.

Het derde historische gebouw dat als kerk dienstdoet is het Rooms-katholieke bedehuis aan de Nieuwendammerdijk dat is toegewijd aan de Heilige Augustinus, kerkvader en bisschop van Hippo Regius, die leefde van 354 tot 430. In 1798 werd op deze plaats een houten kerkje gebouwd dat na de Watersnood van 1825 onder meer met financiële steun van Koning Willem I ingrijpend werd gerestaureerd en dat nadien werd vervangen door deze stenen kerk die aanmerkelijk frater was. De geschiedenis van de bouw en inwijding dezer kerk vindt men vereeuwigd in een gedenksteen onder de toren die vermeldt: ’Hanc in honorem S. P. N. Augustini ecclesiam consecraeit lll. mus ac Rev. mus Dums CASPAR Jozeph Episcopus Harkmensis Anno 1869 Die lo Julii Parocho J. van Sleeuwen, architecto A. Tepe, operis praefecto C. A. Ebbers’. (Deze kerk consacreerde ter ere van de Heilige Vader Augustinus Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Monseigneur Caspar Jozeph Martinus Bottemanne, Bisschop van Haarlem, in het jaar 1889 de eerste juli, terwijl pastoor was J. van Sleeuwen, architect A. Tepe en opzichter van het werk C. A. Ebbers.

Het orgel van de kerk is het laatste instrument dat de bekende orgelbouwer Sybrand Adema kort voor zijn dood in 1926 afleverde, het altaar een geschenk van twee vermogende Nieuwendamse parochiebewonende, Karel Lautenschutz en zijn echtgenote Walburga Lautenschutz-de Boer. De spitse toren van de kerk domineert tot ver in de wijde omgeving. Van veel latere datum is de Gereformeerde Kerk aan de Nieuwendammerdijk op de hoek van de Beemsterstraat, die dateert uit 1895 en die na een grondige verbouwing in 1935 de naam Noachkerk kreeg, een zinvolle naamgeving als men de vele watersnoden die dit gebied teisterden in aanmerking neemt.
Het eeuwenoude hart van dit karakteristieke buurtje is het kleine en schilderachtige sluisje dat de haven met het Kleine en het Grote Die verbindt. Aan dit sluisje grenst de ook al sinds mensengeheugens bestaande intieme dorpstaveerne, die eigenlijk ‘ ‘t Wapen van Nieuwendam’ heet, ook een tijdlang “t Amsterdams Koffiehuis’ werd genoemd, maar vaak in de wandeling naar zijn eigenaar “t Café van Jan Meijer’ genoemd wordt. Aan de andere kant, achter de plaats waar vroeger de Boekhandel “t Sluisje’ gevestigd was en nu Drukkerij Ploeger resideert, bevindt zich het pand dat jarenlang de bakkerij vanouds ’de Duivekater’ herbergde maar dat nu woonhuis geworden is. Wiepke en Anton Kroes, die dit gehemeltestrelende baksel vroeger uit de oven toverden, genieten van hun pensioen, hun jongere broer Peter Kroes bakt nog steeds vele duizenden van deze oude Germaanse offerbroden in zijn bakkerij aan de Coppelstockstraat in Amsterdam-West.

In 1816 verleende de Hoge Raad van Adel namens Koning Willem I aan de Gemeente Nieuwendam een wapen zijnde van lazuur, beladen met een zwaan van zilver, gedept en gepoot van geel, gehalsband met een kroon van goud. Tot 1 januari 1921 heeft het zelfstandige Nieuwendam, waartoe ook Zunderdorp behoorde, dit wapen gebruikt. Een dag daarvoor kwam de Nieuwendammer raad, bestaande uit burgemeester Jas, de wethouders Pauws en Prins en de raadsleden mejuffrouw de Jong en de heren Dijkman, van Meerveld, van der Staal en de Waal voor het laatst bijeen. Enkele uren daarna was Nieuwendam een deel van Amsterdam geworden. Sindsdien hebben grote veranderingen het dorp en zijn omgeving gekenmerkt. Ten zuiden ervan kwamen het IJ-bos, dat naderhand W. H. Vliegenbos zou gaan heten en de N.V. Koninlijke Zwavelzuurfabriek v/h. Ketjen, ten noorden ervan in de twintiger jaren Tuindorp Nieuwendam, in de vijftiger jaren de buurt rondom het Enkhuizerplein die men Nieuw Nieuwendam zou noemen en in de zestiger jaren een tuinstad met meer dan vijfduizend huizen, twee winkelcentra, diverse bejaardenhuizen en een brandweerkazerne. Wat de benaming van de straten betrof hield men zich aan plaatsen in Noord-Holland, natuurreservaten en natuurbeschermers. De op deze laatste categorie georiënteerde straten dragen de namen van dr. J.H. van Heek, J. Drijver, en de oud-Nieuwendammer Herman Cleijndert. Dit nieuwste gebied komt eerder in aanmerking als project voor prognosevorming dan als onderwerp voor geschiedschrijving.



© 1998-2016 - Café ‘t Sluisje - Nieuwendammerdijk 297 - 1025 LM - Amsterdam (NL) - Tel +31 (0)20 - 636 17 12 – info[at]hetsluisje.nl – www.hetsluisje.nl